Bij de inventaris hoorde o.m. een DKW bestelauto, waarmee we heel wat keren van Zwolle naar Den Haag zijn gereden, een monsterrit in die tijd zonder snelwegen. Je was gauw een uur of vier a vijf onderweg. Het was de eerste auto van mijn ouders en daarmee waren ze al heel vroeg. In die tijd waren er nog nauwelijks auto 's onder de mensen. Lege straten waren er met nauwelijks auto verkeer.
Ik vond het allemaal wel spannend en vond het niet zo erg uit Zwolle te vertrekken. Afscheid van je vriendjes is natuurlijk nooit leuk, maar het vooruitzicht van een grotere stad met de zee dichtbij was toch wel aantrekkelijk. De zaak in Zwolle werd verkocht aan de familie Norp, de man heeft nog bij mijn vader gewerkt. De zaak werd al snel omgebouwd naar een lunchroom; de kleinkinderen van de oude Norp zitten nog steeds in de zaak in Zwolle aan de Burgemeester van Rooijensingel. De zaak Norp zal binnenkort verkocht worden omdat de familie Norp geen opvolgers heeft.

 

De zaak in Den Haag heette Maison Streng aan de Javastraat. Mijn vader hield de naam in stand omdat die in Den Haag een goede klank had. Onze flatwoning lag boven de zaak. Nog een etage hoger woonde Jonkheer Six. Inmiddels is het pand niet meer herkenbaar als banketbakkerij. Mevrouw Brink was de weduwe van de vorige eigenaar, die ook het pand in bezit had. De heer Brink had een tweede relatie met een zoon Hans Brink, die later mijn bootsman werd bij de zeeverkenners groep de Haagse Waterscouts [HWS]

De middelbare schooltijd in Den Haag [1953-1960]
Ik moest dus nog mijn lagere school in Den Haag afmaken. Dit werd opnieuw een Nutsschool, aan de Hollanderstraat. Opvallend was dat deze school aanzienlijk moeilijker was dan mijn school in Zwolle. Ik kreeg voor het eerst van mijn leven onvoldoendes en mocht blij zijn dat ik voor het toelatingsexamen voor de middelbare handelsdagschool [MHDS] was geslaagd.
Mijn ouders vonden dat ik een goede basis voor ondernemerschap moest hebben, die zij zelf vroeger nooit hebben gehad. Voor mijn vader was lagere school voldoende, daarna moest hij helpen het gezinsinkomen aan te vullen. Onderwijs en beroepskeuze bestonden niet, althans niet voor het lagere niveau van de bevolking. Zijn oom was bakker dus kwam pa Bosman in de bakkerij van zijn oom in Elburg dat was de bakkerij van Gerrit Bosman aan de Jufferenstraat in Elburg. Voor mijn moeder volstond een paar jaar huishoudschool en daarna ook de kost verdienen.
Op mijn leeftijd was het al een stuk normaler dat een zoon van een banketbakker ging studeren of naar de middelbare school ging. Met de zaak in Den haag liep het goed. Mijn vader was een goede vakman en mijn moeder een goede ondernemer, zo lag de taakverdeling. De samenwerking verliep niet altijd vlekkeloos, op zich waren ze zakelijk gezien een goed team maar emotioneel waren ze verschillend. Mijn vader was naar zijn kinderen aardiger dan mijn moeder. Zij was een meer rationele dan emotionele vrouw, bij mijn vader was het eerder omgekeerd. Aart en ik waren wel overtuigd dat we de intelligentie vooral van onze moeder hadden en waarschijnlijk ook een stuk rationaliteit.
Mijn jaren in Den Haag waren onbezorgd. Ik was nog scholier. Ik moest wel helpen met bestellingen rondbrengen maar had nog geen bakkerijdienst. De middelbare handelsdagschool was een prettige school; mijn cijfers begonnen weer aardig omhoog te kruipen.

Ik heb een betrekkelijk serieus karakter en deed dus ook aardig mijn best op school. Van een puberteit heb ik niet veel gemerkt. Scheveningen lag dichtbij en daar waren we zomers ook vaak aanwezig. Na afloop van de handelsdagschool zou ik stage gaan lopen in de bakkerij en daarna beslissen of ik naar de banketbakkersschool zou gaan of niet. De stageperiode werd geen succes, mijn vader had geen keus maar ik wel. Ik had het voorbeeld van Aart voor ogen die mij al wat had verteld over de studie en de perspectieven.
Mijn intelligentieniveau was naar mijn inschatting voldoende. Het besluit viel dus dat ik twee jaar naar het Maerlant lyceum zou gaan om mijn HBS A opleiding af te maken, waarna ik ook naar Groningen zou verkassen.

Voor mijn ouders wellicht geen leuke stap. Ze hebben dit nooit tegen mij gezegd en ik denk dat mijn vader, met herinnering aan zijn werkzame leven, mij gelijk gaf in deze keuze. Later waren zij maar wat trots op zijn geleerde zonen. Mijn ouders hebben altijd keihard gewerkt, waarvan Aart en ik ook geprofiteerd hebben. Ik herinner mij ook uit Den Haag in de decembermaanden dat mijn ouders met de kerstdagen bijna dood op bed lagen, na een week bijna dag en nacht werken. In die tijd was er nog geen diepvries en moest alles kort van tevoren worden bereid.